Verwarm de oven voor op 160 graden (boven- en onderwarmte).
Smelt de roomboter en maak ondertussen de koekjes fijn. Roer de gesmolten boter door de koek en verdeel over een bakvorm (bodem bekleed met bakpapier) van 24 cm. Er is genoeg koek voor de bodem en de hele rand. Bak de boven voor 8 minuten en laat afkoelen.
Mix de roomkaas, suiker en vanille totdat het suiker goed is opgenomen.
Voeg de sour cream, bloem en zout toe.
Voeg één voor één de vier eieren toe. Mix dit zo kort mogelijk, maar wel lang genoeg dat alles goed gemixt is. Wat klontjes in je beslag is helemaal niet erg.
Verdeel de helft van het cheesecakemengsel over de bakvorm. Verdeel daar de helft van de kersencompote over en schep vervolgens de rest van het cheesecakemengsel erop. Swirl met een mes of satéprikker voorzichtig door het mengsel, zodat er een mooi gemarmerd effect ontstaat.
Vul een bakplaat met water voor een waterbad of zet een schaaltje met water onderin de oven om scheuren te voorkomen. Als je de bakvorm in het water zet raad ik je aan om de randen nog even in te pakken met aluminiumfolie.
Bak de cheesecake gaar in 70-75 minuten op 160 graden.
Laat geleidelijk afkoelen, eerst met een spatel tussen de ovendeur, daarna buiten de oven en pas als het helemaal afgekoeld is afgedekt in de koelkast zetten.
Laat de cheesecake minimaal 6 uur opstijven in de koelkast, bij voorkeur een hele nacht.